De werkbank die met haar schijnbare eenvoud door het ontwerp van Roubo (18de eeuw) de meubelmaker voorziet van een onmisbaar instrument.

Goed werk begint bij goed gereedschap. Een beitel van kwalitatief staal, een krachtige bovenfrees, een werkbank zonder trillingen… Zeker om een goeie houtverbinding te maken is een solide werkbank eigenlijk onontbeerlijk. Omdat het maken van de Roubo-werkbank op zich heel wat uitdagingen met zich meebrengt, heb ik beslist ze dus ook zelf te bouwen.

Een verslag van een bouwproces… under construction dus ;-

Voor het blad kon ik vertrekken van een oude schoorsteenmantel in eikenhout. Mijn Lie-Nielsen low-angle jackschaaf heeft me alvast goed geholpen om het werkblad perfect glad te schaven.

De grote windscheuren die 'estetisch’ waren in de schoorsteenmantel zijn dichtgemaakt met hars.

Voor de poten en de bankvijs maak ik gebruik van een laatste voorraad notelaar. Het uitsmetten van de boolplanken is extra uitdagend omdat er veel stukken zijn aangetast.

Voor de zijklem moet een groot stuk van het werkblad worden weggehakt. Eerst ruw, daarna zuiver met de bovenfrees.

Onderdelen ruw uitgesmet

Het schitterende notenhout dat zich onthult.

De Roubo heeft zowel een voor- als een zijklem (leg-vise, wagon-vise). De zijklem in het bijzonder kan een enorme kracht uitoefenen, dus grote zwaluwstaartverbindingen zijn hier van strategisch belang.

Basisvorm van de vijs. Best een uitdaging om de radius te halen uit een stuk van 80mm dikte.

Wordt vervolgd…

Previous
Previous

Schutting en poort